Big Idea ‘Tussen droom en daad’: Opéra Garnier – deel 1 & 2

In bijlage (pdf-document) vindt u deel 1 en 2 van mijn big idea terug.

Beschrijving en analyse Opera Garnier_Natalja Ryon

Opera Garnier

Advertenties

Deel 2

Analyse van het kunstwerk

imgres-2Bizet werd geboren in een gezin waar de vader een kapper/pruikenmaker was, die een succesvolle carrière als zanger realiseerde en waar de moeder een pianiste was.  Het is dan ook geen wonder dat de kleine Bizet een muzikaal wonderkind was.  Hoewel hij door de artistieke wereld waarin hij opgroeide, slechts minimaal werd beïnvloed door de industriële revolutie die door West-Europa raasde, blijft hij toch een kind van de periode waarin hij opgroeide.  In het katholieke Frankrijk in de tweede helft van de 19-de eeuw, blijft de vrouw ondergeschikt aan haar man. (Pols, 1965)

Door de industriële revolutie in West-Europa, waarbij de man in het maatschappijbeeld bedreigd werd door de meewerkende vrouw, ontstond de drang naar een soort ontsnapping uit die werkelijkheid.  Als men, het van oudsher bestaande, beeld van allesoverheersende man en onderdanige, slaafse vrouw wilde behouden, dan moest men een uitweg vinden door die beknotte vrouw in een andere rol te positioneren. (Yi-Fu, 2002)

Als ‘femme fatale’ ondermijnt ze iedere sociale en morele waarde van die tijd.  Door haar seksuele aantrekkingskracht, gespijsd met de nodige doodsdrang, als restwaarde van haar intrigerende zinnelijkheid uit te spelen, bijt ze zich vast in het zwakke vlees van die man om die te ondermijnen.  Met onweerstaanbare charmes speelt ze alle troeven uit om de man in de zondigheid te lokken en te overladen met schuldgevoelens.

Ook Carmen, het zigeunermeisje, werkzaam in de beeldbepalende sigarenfabriek van Sevilla, wordt in de opera van Bizet in de rol van ‘femme fatale’ geduwd.  Door haar mysterieuze geflirt is ze een uitzondering tussen de andere arbeidster van de fabriek die onophoudelijk de soldaten het hof maken teneinde te kunnen ontsnappen uit hun eentonige leven.  Maar tevens is ze de ontegensprekelijke tegenpool van de kuise Micaëla, zijn dorpsgenote die voorbestemd is om zijn echtgenote te worden en een bestaan te gaan leiden, zoals de generaties voor hen. (s.n., 2004)

Don José, de mannelijke hoofdrolspeler, wordt constant heen en weer geslingerd tussen de flirtende Carmen en de Carmen die ongeïnteresseerd wegkijkt van de uitgedaagde.  De mannelijke held kan zich alleen redden door uit die versmachtende omhelzing te ontsnappen.  Zo niet, dan blijft er van zijn vroegere mannelijkheid alleen een leeg omhulsel over.

Hoewel de opera Carmen voor het eerst opgevoerd werd als een opdracht voor het Opéra-Comique-theater, wijzigt de componist het onvermijdelijke ‘happy-end’ in een dramatisch hoogtepunt, de totale verbijstering.  Hier illustreert Bizet zijn escapade uit het Franse realisme.  Het werk zal de start gaan zijn voor het verisme die haar hoogtijd bereikte in de jaren na zijn dood.  Het pessimistische einde is in fel contrast met de voorheen geldende normen van de opera.  Hij neemt ook afscheid van de oneindige melodie die kenmerkend was voor de periode.  Het belangrijkste kenmerk wordt de voorkeur voor “schoonheid” en door het afwijzen van geveinsde, overdadige diepgang.  (D.J.Grout, 2006)

Tchajkowski zegt later over het werk “Deze muziek maakt geen aanspraken op diepzinnigheid, maar is zo charmant, zo krachtig, ongekunsteld en eerlijk, dat ik haar helemaal van begin tot einde uit het hoofd heb geleerd”.

Er kan besloten worden dat in het verhaal  “Carmen” heel wat gevlucht werd van de realiteit. Dit is escapisme, vluchten. Het wordt teruggevonden in alle kunsttalen. Van architectuur tot schilderkunst. Nog steeds is escapisme terug te vinden in onze eigen tijd, ook buiten de kunst.

Bibliografie

d.J.Grout, C. P. (2006). Geschiedenis van de westerse muziek. Olympus.

Pols, A. M. (1965). Het leven van G. Bizet. In A. M. Pols, Het leven van G. Bizet. Brussel: Reinaert.

s.n. (2004). Carmen: opera in vier bedrijven. In Carmen: opera in vier bedrijven. Antwerpen: Vlaamse opera.

Yi-Fu, T. (2002). Escapisme. Archis , pp. 44-48.

Tussen droom en daad: Parlementsgebouw Londen

Parlementsgebouw Londen (1839-1852)

In dit onderzoek wordt het parlementsgebouw van Londen geanalyseerd en beschreven. Hierin draait alles rond het onderwerp van dit Big Idea: “tussen droom en daad”. Het gaat over escapisme in de kunst. Het idee dat hierachter schuilt is dat men ervan uitgaat dat in de realiteit niet alles mogelijk is, maar het is wel mogelijk in dromen. Er wordt gevlucht van de werkelijkheid, men vlucht in de kunst.

Deel 1: beschrijving

Het parlementsgebouw is één van de bekendste gebouwen in Londen. Elk jaar trekken er duizenden toeristen naar de hoofdstad van het Verenigd Koninkrijk om het te bezichtigen.De Engelse naam van het parlement is Palace of Westminster. Het wordt ook vaak Houses of Parliament genoemd.

Situering:

Het gebouw staat aan de oever van de rivier de Theems. Dit is de langste rivier van Engeland. De Theems loopt onder andere ook door Londen. En in de wijk Westminster aan het water situeert zich het Houses of Parliament. (Londenbezoeken, 2014)

Geschiedenis

Het parlementsgebouw heeft al vele eeuwen doorstaan. Maar er is in de loop der tijd heel wat aan veranderd. De oudste delen dateren uit het jaar 1097. (Londenbezoeken, 2014) Het gebouw was een paleis waarin de koning Eduard de Belijder huisde. In de 13de eeuw bleef het gebouw helaas niet gespaard van vuur. In 1512 werd het voor de eerste keer door een brand verwoest. De toenmalige koning Hendrick Vlll verplaatste zich naar Whitehall. (Murphy, 2008)

In 1834 sloeg het noodlot weer toe. Het hele gebouw brandde uit. Slecht 3 ruimtes bleven gespaard: Westminster Hall, de kloostergang en de Jewel Tower (hier waren historische documenten in opgeslagen). (Murphy, 2008) Voor de zoveelste keer moest men het gebouw weer heropbouwen. Het is in een Gotische stijl ontworpen door de architect Charles Barry. Hij werd hierbij geholpen door Augustin Pugin. Ongeveer twintig jaar later was de wederopbouw af. Tijdens de wereldoorlogen is het gebouw nog eens beschadigd geraakt, maar nadien is het weer in zijn oorspronkelijke staat hersteld. (Londenbezoeken, 2014)

Het gebouw:

Het parlementsgebouw is een immens gebouw. Het bestaat uit verschillende gebouwen:

De big Ben (Elizabeth Tower), Westminster Hall, Hoger- en Lagerhuis en de Victoria Tower.

  1. De Elizabeth Tower is de bekendste toren van de drie die het gebouw telt. De meeste mensen kennen hem als de Big Ban. Maar dit is echter niet de toren, maar de klok die zich in de klokkentoren bevindt. De toren is 96 meter hoog.
  2. Westminster Hall is het oudste gedeelte van het gebouw. Dit is gespaard gebleven van de vele verwoestingen die het gebouw heeft meegemaakt doorheen de tijd.
  3. Hoger- en Lagerhuis bevinden zich in het midden van het hele complex.
  4. De Victoria Tower is de hoogste toren van het parlementsgebouw. Hij is maar liefst 98,5 meter hoog. Deze wordt dan ook wel de “Kings Tower” genoemd.(Londenbezoeken, 2014)

Architecten:

Na de brand in 1834 werd het Houses of Parliament heropgebouwd door twee architecten. Charles Barry en Augustus Pugin.

Charles Barry is de hoofdarchitect. Hij is geboren in 1765 vlakbij het gebouw dat later zijn grote meesterwerk zou worden; Het Palace of Westminster. Barry stierf in het jaar 1860. Hij werkte meestal in de Gotische stijl. Na de brand in 1834 werd er aan Charles Barry gevraagd een nieuw ontwerp te maken van het parlementsgebouw. Hij stelde hier Augustin Pugin voor om hem hierbij te helpen. Barry bewonderende hem enorm om zijn decoraties in Gotische stijl. Pugin had oog voor detail. In 1840 startte Charles Barry aan zijn meesterwerk, maar hij heeft er veel langer over gedaan dan gepland. In 1865 was het Britse parlementsgebouw eindelijk klaar. (parliament, 2017)

Augustin Pugin, geboren in 1812 en gestorven in 1852, werkte met Barry samen aan het Palace of Westminster. Pugin had een voorliefde voor Gotiek. Voor hem waren de christelijke bouwkunst en de gotische bouwkunst evenwaardig. Barry hield zich bezig met het algemeen schema van het parlementsgebouw, terwijl Pugin aandacht had voor de details (friezen, bekroningen, …) van het gebouw. (Lynton, 1991)

Genre:

Het parlementsgebouw te Westminster werd na de brand heropgebouwd in de Gotische stijl. Men noemt dit de neo-gotische stijl. In de 19de eeuw was men op zoek naar nieuwe bouwstijlen en het was een reactie tegen de strakke vormen van het neo-classicisme. Men kreeg opnieuw bewondering voor de bouwstijl uit de middeleeuwen. Zo ontstond de nieuwe (= neo) gotische stijl. De Rooms-Katholieke kerk was hierover zeer enthousiast omdat het de samenleving herinnerde aan de tijd voor de reformatie. Heel veel kerken werden dan ook in de neo-gotische stijl opgetrokken. (staat in groningen, 2017)

De perpendicular style is een typische stijl in Engeland die onderdeel uitmaakte van de gotiek. Het parlementsgebouw van Londen behoort hiertoe. Bij deze stijl ligt de nadruk eerder op de eenvoud van vormen en de breedte. (Knipping, 1967)

DNA-aspecten in verwerken

De basisvorm van het Londense parlementsgebouw is rechthoekig. Behalve de centrale cirkelvormige ruimte in het midden, de lobby, zijn de kamers erom heen geometrisch. Het gebouw is vooral uitgestrekt in de breedte en niet in de hoogte. De architecten hebben zich hiervoor gebaseerd op de perpendiculaire stijl. Het is een natuurlijke bouwstijl. (Könemann, 2011)

De architectuur baseert men op een vroegere stijl: de gotiek. Maar men maakt gebruik van moderne materialen. De textuur is ook anders naargelang het materiaal. Men werkt met kleine stevige bakstenen, dat is een vrij ruwe textuur. Het gietijzer is bijvoorbeeld veel gladder. Als men kijkt naar het gebouw, ziet men fijne details: gietijzeren spitsen, spitsbogen, pinakels. Dit is vooral te danken aan Pugin die oog had voor detail. Het parlement is hoofdzakelijk gebouwd in de breedte, dus horizontaal. Enkel de torens steken hoog boven de rest uit. Op de plattegrond ziet men dat het gebouw een rechthoekig grondplan heeft. Het parlementsgebouw heeft vele ramen, maar deze zijn niet zo groot. De lichtinval is dus beperkt. Wel geven ze een mooi zicht op de Theems. (Graphics, s.d)(Campbell) De kleur van het gebouw is afkomstig van het materiaal waaruit het is opgetrokken.

Deel 2: analyse van het kunstwerk

In dit onderzoek wordt het parlementsgebouw van Londen geanalyseerd. Hierin draait alles rond het onderwerp van dit Big Idea: “tussen droom en daad”. Het gaat over escapisme in de kunst. Het idee dat hierachter schuilt is dat men ervan uitgaat dat in de realiteit niet alles mogelijk is, maar het is wel mogelijk in dromen. Er wordt gevlucht van de werkelijkheid, men vlucht in de kunst.

In de kunst kan escapisme voorkomen om verschillende redenen. De kunstenaar kan zitten met een persoonlijk conflict, lijden, pijn, verlies. De kunstenaar uit zijn gevoelens in zijn kunstwerk. Het kan ook zijn dat hij wil vluchten van de realiteit. Bijvoorbeeld omdat er oorlog is of politieke en economische spanningen. Men wil weg van de hedendaagse spanningen en dit doet men door het verleden te bestuderen. Escapisme komt dus in allerlei vormen voor. Er kunnen thema’s uit de vaderlandse geschiedenis terug te vinden zijn in kunstwerken, of een schreeuw naar vrijheid, revolutie.

In het parlementsgebouw van Londen kan men ook escapisme terugvinden. De architecten Barry en Pugin hadden er voor gekozen om het gebouw opnieuw op te bouwen in een neo-gotische stijl.  Daarmee verwijst men naar de gotische architectuur van de 12de -16de eeuw. Vooral Pugin heeft heimwee naar deze tijd, naar hoe de maatschappij leefde. Met dit meesterwerk, het parlementsgebouw van Londen, blaast hij deze tijd nieuw leven in. Hij wou de maatschappij weer overtuigen om te leven als vroeger. In 1835 trad Pugin toe tot de rooms-katholieke kerk en dit heeft hem sterk beïnvloed. Hij wou de christelijke wereld weer bekeren, want na de reformatie was het er niet beter op geworden. Men wou in het gebouw de strengheid van het christelijke geloof weergeven. Dat de mensen zich weer moesten gedragen zoals vroeger. Voor Pugin was dit werk dus zowel een vlucht als een schreeuw naar verandering. Men ging terug naar de stijl van vroeger. (Lynton, 1991)

Pugin kon zich ook niet vinden in de nieuwe architectuur die aan het optreden was. Door de revolutie rezen er heel wat fabrieken en arbeidshuizen uit de grond. Door het parlementsgebouw in een geheel andere architectuur op te bouwen, zorgde dit voor een groot contrast. Hij wou Londen behouden in zijn pracht zoals het vroeger altijd geweest was. (Palmgren, 2005)

Ikzelf vind het een zeer mooie vorm van escapisme. Men wil de mensen eraan herinneren hoe men vroeger leefde en wat de waarden en normen waren uit die tijd. Zo staat men ook even stil hoe het er nu aan toe gaat. We zijn allemaal ontstaan door de geschiedenis en dit mogen we niet vergeten. Pugin herinnert de mensen hieraan door geen protest te voeren, maar door een prachtig en imposant parlementsgebouw in het midden van de grote stad te plaatsen. Het maakt de stad niet enkel mooier, maar het neemt ons ook terug in de tijd. Door dit gebouw te bezichtigen ervaar je letterlijk een vlucht uit de realiteit. Pugin laat de mensen dat op een prachtige manier ervaren. Met dit gebouw geeft de architect zijn eigen gevoelens weer.

Bibliografie

aicha1968. (2016). gotische bouwkunst – een originele stijl. Opgehaald van tallsay: https://tallsay.com/page/4294986768/gotische-bouwkunst-een-originele-stijl

Campbell, J. W. (sd). baksteen. In J. W. Campbell, baksteen. Brittannië: lannoo.

Graphics, A. (s.d). Architectural Graphics. Opgehaald van SlidePlayer: http://slideplayer.nl/slide/3684500/

groningen, s. i. (2017). Neogotiek. Opgehaald van staat in groningen: http://www.staatingroningen.nl/bouwstijl/12/neogotiek

groningen, s. i. (s.d.). neogotiek. Opgehaald van staat in groningen: http://www.staatingroningen.nl/bouwstijl/12/neogotiek

Könemann, L. (2011). kunst. In L. Könemann, Kunst (M. van der Nagel, M. Philipse, & N. van der Zwan, Vert., p. 211). Düsseldorf: Parragon.

Knipping, D. J. (1967). kunstschatten van alle tijden. In D. J. Knipping, Kunstschatten van alle tijden (pp. 233-234). Amsterdam: de geïllustreerde pers N.V. Amsterdam.

Londenbezoeken. (2014, mei 2). Palace of Westminster. Opgehaald van Londen bezoeken: http://londenbezoeken.nl/palace-of-westminster/

Lynton, N. (1991). De moderne wereld. In N. Lynton, de moderne wereld (M. D. Hommes, Vert., pp. 37-38). Houten: Gaade Uitgevers.

Murphy, P. (2008). Essential Spiral Londen. In P. Murphy, & J. Verschoor (Red.), Londen (K. v. Grieken, Vert., pp. 40-41). Antwerpen, Antwerpen, België: Losmos uitgevers.

Palmgren, J. H. (2005). Beyond Arthurian Romances. In J. H. Palmgren, Beyond Arthurian Romances (p. 252). Londen: Springer.

parliament. (2017). History of the Parliamentary estate. Opgehaald van parliament: http://www.parliament.uk/about/living-heritage/building/palace/estatehistory/reformation-1834/destruction-by-fire/

 

 

 

Deel 1

 Opera “Carmen” door Georges Bizet

imgres-1
opera “Carmen”

Het kunstwerk die hieronder wordt besproken is een opera genaamd “Carmen”. Het werk is wereldberoemd en een van de populairste opera’s tot nu toe. De beschrijving zal gaan volgens het aangeleerde vakjargon ‘DNA van PK’.

Volgens het DNA van PK zal  de compositie binnen muziek worden besproken, de partituur en de stemsoorten. Naast dit zullen personages, tijd en ritme ook worden besproken.

Georges Bizet was een Franse componist uit de romantiek die geboren is in 1838 in Parijs. Beide ouders waren bezig met muziek, hij volgde dus al snel met zijn muziekpassie. Bizet kreeg les in het Conservatorium in Parijs. (Cooper, s.d.).

Bizet was componist, hij schreef dan ook de opera waar verder over zal geschreven worden namelijk “Carmen”. Dit is een werkelijk meesterwerk maar werd niet gewaardeerd tijdens zijn leven. Het was te vernieuwend. (Pols, 1965) (McClary, 2004-2005)

Het eerste dat hier besproken wordt is de compositie binnen muziek, de componist Georges Bizet heeft verschillende muziekstukken als Habanera en Les Toreadors in het operastuk “Carmen” gestoken. “Carmen” is een opera gebaseerd op het libretto, dit is de oorspronkelijke tekst waar de opera op gebaseerd is, van Henri Meilhac en Ludovic Halvey. De laatste twee genoemden hebben zicht voor hun tekst laten inspireren door een novelle van de franse schrijver Prosper Mérimée (s.n., Bizet: Carmen, s.d.) Carmen is een vierdelige opera, dit betekent vier aktes (s.n., Carmen: opera in vier bedrijven, 2004) na iedere akte wordt vaak een pauze ingelast, dit om het decor te kunnen wijzigen. (Cantoni & Schwarm,s.d.)

Bij deze aktes horen verschillen muziekstukken, in het begin van de opera word het lied ‘Habanera of L’amour est un oiseau rebelle’ gezongen. Dit met de stemsoort van een mezzosopraan. Een mezzosopraan is een middelhoge vrouwelijke zangstem met een bereik van een a tot a”. Vaak spelen mezzosopranen bijrollen, dit was bij Bizets werk “Carmen” echter een uitzondering.

Er bestaan verschillende personages in alle verhalen, deze personages worden opgedeeld bij protagonisten, antagonisten en tritagonisten. De protagonisten in deze opera zijn Carmen en Don-José, de hoofdpersonages. Carmen is een Spaanse zigeunerin. Het andere hoofdpersonage is Don-José die het leger ingaat. De verbeelde ruimte is Sevilla, Carmen toont daar het rauwe leven van een zigeunerin die haar vrijheid boven alles stelt. Ze probeert de sigarenfabriek te ontvluchten door een relatie aan te gaan met een legerofficier. Wanneer deze legerofficier verliefd wordt op haat, probeert Carmen van te relatie te vluchten. In het operastuk zoekt Carmen steeds opnieuw een vluchtweg uit het leven die ze op dat moment leidt. (Cantoni & Schwarm, s.d.)

De opera speelt zicht af in begin 19de eeuw, dit is de afgebeelde tijd. Dit kan gezien worden aan de context waar het stuk zicht afspeelt, de kleding die gedragen wordt en de omgeving.

imgres-3
Georges Bizet

In het operastuk geschreven door Georges Bizet (afbeelding 2)  domineert één stem vaak, de andere stemmen zijn ondergeschikt. Dit wordt Homofonie genoemd. Het is de bovenstem die domineert, in dit stuk gaat het vaak om de stem van protagonisten Carmen of Don José.

Het laatste deel dat wordt besproken is het ritme en het tempo. Het laatste deel dat wordt besproken is het ritme en het tempo. De Habanera – “L’amour est un oiseau rebelle” – is, als bekendste fragment, uit deze opera een Cubaanse dans. De rol van Micaëla is één van de meest melodramatische uitbeeldingen van de toenmalige visie over het rollenpatroon van de vrouw uit de operageschiedenis. Het is verrassend hoe Bizet het contrast van de partituurgeluiden van Carmen t.o.v. de zedige Micaëla’s klankwereld kan in de menselijke verbeelding halen. (s.n., Bizet: Carmen, s.d.)

Bibliografie

Cantoni, L., & Schwarm, B. (s.d.). Carmen. Opgeroepen op 05 20, 2017, van Opera by Bizet: https://www.britannica.com/topic/Carmen-opera-by-Bizet

Cooper, M. D. (s.d.). Georges Bizet. Opgeroepen op 5 17, 2017, van britannica: https://www.britannica.com/biography/Georges-Bizet

McClary, S. (2004-2005). De muziektalen van Carmen. https://williamlittlesociology.wordpress.com/2012/02/17/nietzsche-carmen/ .

Pols, A. M. (1965). Het leven van G. Bizet. In A. M. Pols, Het leven van G. Bizet. Brussel: Reinaert.

s.n. (s.d.). Bizet: Carmen. Opgeroepen op 18 05, 2017, van http://www.quadrevisie.nl/jandekruijff/vergelijkende-discografieen/b/bizet-carmen.html

s.n. (2004). Carmen: opera in vier bedrijven. In Carmen: opera in vier bedrijven. Antwerpen: Vlaamse opera.

Tussen Droom en Daad

Beschrijving

In deze tekst wordt het Big Idea ‘Tussen Droom en Daad’ besproken. Er wordt een gestuurd onderzoek gedaan naar een kunstwerk: het schilderij Het Turkse bad van Jean Auguste Dominique Ingres (1780-1867). In het eerste deel van de opdracht wordt er een beschrijving van het kunstwerk gegeven. td&d

J. A. D. Ingres was een Franse kunstschilder en tekenaar. Hij werd geboren in 1780 in Montauban en stierf in 1867 in Parijs. Zijn werken zijn een vermenging van classicistische techniek en romantische thema’s. Hij streefde naar een voorname houding en een realistische weergave van kleding in zijn schilderijen. De houdingen en het decors zijn op ieder schilderij verschillend. Vooral het vrouwelijk schoon kreeg zijn aandacht, met een erotische sensualiteit. Deze vrouwen dragen in zijn werken vaak gouden kettingen die hun gevulde schouders en armen accentueren. Dit zien we ook in het schilderij Het Turkse bad. Hij schilderde dit oriëntalistisch kunstwerk op 82 jarige leeftijd, waar hij heel erg trots op was, in 1862. Het bevindt zich in het Louvre in Parijs. (Honour, 2000) Het is olieverf op doek, gelijmd op hout. De hoogte bedraagt 1,08 m en de breedte 1,10 m. Het schilderij was vierkant in zijn eerste versie maar later heeft Ingres het een ronde vorm gegeven.

Het Turkse bad stelt tientallen naakte Turkse vrouwen voor, zittend in verschillende houdingen op sofa’s, die in oosters interieur zijn ingericht rond een zwembad. (De Vergnette, sd) De vrouwen zijn naakt aan het baden. Ingres heeft zich niet gebaseerd op modellen. Hij haalde inspiratie uit de vele schetsen en schilderijen die hij gedurende zijn carrière heeft gemaakt. Het is gebaseerd op de brieven van Lady Montague (1690-1760), die vertelt over een bezoek aan een bad voor vrouwen in Istanbul in de vroege achttiende eeuw. (De Vergnette, sd) Het centrale element in de compositie is een figuur die hij kopieerde uit zijn werk De baadster van Valpinçon. De vrouw staat in het midden van het schilderij waardoor het een centrale compositie is. Tegelijkertijd is het ook een asymmetrische compositie omdat er niets gespiegeld wordt en er geen duidelijke as aanwezig is. Het is een drukke compositie.
De lijnvoering die door Ingres gekozen werd, gaf de vorm van het voorwerp absoluut natuurgetrouw aan. Deze lijnvoering brengt in een hoogverfijnde vorm ook de zintuiglijke waarneming over. Dit deed hij onder meer door kleur. Toch bleef kleur voor hem steeds ondergeschikt aan de lijnvoering. Een andere schilder uit deze tijd, Eugène Delacroix (1798-1863), deed het omgekeerde en legde de aandacht op kleur en sfeer in plaats van op vorm en lijn. (Wikipedia, 2017) (Steffelaar, sd) De vrouwen hebben bijna allemaal hetzelfde kleur. Hier en daar worden fellere kleuren gebruikt in bijvoorbeeld de sofa’s of op de achtergrond. Het contrast tussen licht en donker is te zien in de voorgrond. Hier is alles namelijk meer belicht dan in de achtergrond.

De centrale vormen in dit werk zijn de twee vrouwen in de voorgrond. De ene met de rug naar ons gericht, de andere uitgerekt met de armen boven haar hoofd. We spreken hier over ruimtelijke vorm aangezien de vorm driedimensionaal is en dus een lengte, breedte en diepte heeft. De contravorm is hier de andere vrouwen op de achtergrond. Er is duidelijk gebruik gemaakt van ordonantie. Door de schikking van de vormen wordt er diepte weergegeven. Daardoor gaat je blik eerst naar de voorgrond, en daarna verder naar de achtergrond.
Analyse

In het tweede deel van deze tekst wordt er onderzocht waarom Het Turkse Bad een voorbeeld van escapisme is. Ook wat hiervan de verklaring is en hoe ik tegenover deze vorm van escapisme sta.

Escapisme is het vluchten uit de werkelijkheid naar een onrealistische wereld. Dit is ook terug te vinden in het schilderij van Ingres. Hij vluchtte ook in een onrealistische wereld. Zijn werken staan ook bekend om de romantische thema’s. In de romantiek wordt alles verheerlijkt zodat de wereld er beter gaat uitzien dan ze werkelijk is. Dit is waarom we hem ook kunnen linken aan escapisme. De westerse wereld had tijdens de romantiek vooral te maken met industrialisering en materialisme. Men zag het leven niet zo rooskleurig en kunstenaars zochten manieren om weg te vluchten uit deze maatschappij.

Oorspronkelijk moest kunst origineel en individueel zijn. De kunstenaar was met andere woorden een genie. Dit zien we ook bij Ingres. De naakte vrouwen zijn typisch voor hem. Het is heel eigentijds, maar tegelijkertijd probeert hij aan die tijd te ontsnappen. Dit doet hij door naakte vrouwen te schilderen en te vluchten naar het oosten (oriëntalistisch). Dit is te zien aan de theepotjes, hoofddeksels en juwelen van de vrouwen. Hij wil als het ware vluchten naar een plaats waar vrouwen zijn. Hij baseerde zich op de brieven van Lady Montague. (Vanhaesebrouck, 2011)

Escapisme komt mij af en toe bekend voor. Ik vlucht ook soms weg van de werkelijkheid omdat ik daar nood aan heb. Dit doe ik dan door het bekijken van een serie of film, muziek luisteren, muziek spelen, … Wanneer ik bijvoorbeeld een film kijk, hoef ik eens niet aan de alledaagse drukte te denken. Soms is het eens leuk om in een eigen wereld te zijn. Zolang dit maar niet te lang duurt en ik mezelf terug kan vinden naar de realiteit. Dit vind ik ook in het algemeen. Af en toe is het nodig om eens weg te vluchten in kunst. Maar jammergenoeg wordt er ook soms in andere dingen gevlucht zoals drank of drugs. Met deze manier van vluchten ga ik niet akkoord. Mijzelf verplaatsen naar het oosten zoals Ingres is niet iets waar ik mij in kan vinden. Het kan misschien wel rustgevend werken maar ik blijf liever thuis aangezien ik hier genoeg mogelijkheden heb om eventueel even naar een andere wereld te vluchten.

Bibliografie

De Vergnette, F. (sd). The Turkish Bath. Opgehaald van Louvre: http://www.louvre.fr/en/oeuvre-notices/turkish-bath

Honour, H. &. (2000). In Algemene Kunstgeschiedenis (p. 984). Amsterdam: Meulenhoff.

Kunstbus. (2016, 01 19). Ingres. Opgehaald van Kunstbus: http://www.kunstbus.nl/kunst/ingres.html

Phaidon Press Limited. (2015). In Body of Art (p. 440). London: Phaidon Press Limited.

Steffelaar, W. (sd). romantiek en realisme in de 19de eeuw. Opgehaald van Kunstcontext: http://www.kunstcontext.com/ckv/sd4read.htm

Vanhaesebrouck, K. (2011). In Een handboek cultuurgeschiedenis (p. 167). Brussel: ASP nv.

Wikipedia. (2013, 11 27). Het Turkse bad. Opgehaald van Wikipedia: https://nl.wikipedia.org/wiki/Het_Turkse_bad

Wikipedia. (2017, 01 03). Jean Auguste Dominique Ingres. Opgehaald van Wikipedia: https://nl.wikipedia.org/wiki/Jean_Auguste_Dominique_Ingres

 

 

Big idea 2: tussen droom en daad – Bizet, Carmen (1875)

In de volgende blogpost wordt de opera ‘Carmen’ van Georges Bizet besproken. Het bizetverhaal wordt in grote lijnen verteld en daarbij worden de nodige kenmerken van een opera-, muziekstuk uitgelegd. In het tweede deel onderzoeken we het escapisme. Wat is het? Hoe komt het voor in de kunst? En hoe deed Bizet het? Er zullen enkel redenen opgelijst worden waarbij duidelijk wordt gemaakt hoe Bizet een ware romanticus was. Als laatste zal aangehaald worden hoe escapisme een rol speelt in onze huidige tijd.

 

 

 

Maksim, 2005)

 

Opdracht deel 1: beschrijving kunstwerk

 

Georges Bizet, een Franse componist bracht het operastuk Carmen uit, deze ging in première op 3 maart 1875. Het is één van zijn bekendste werken. Het operastuk gaat als volgt; Carmen, en zigeunerin werkt in een sigarenfabriek. Ze valt op en wordt telkens omringd door mannen, er is echter één man die niet naar haar omkijkt; Don José. Carmen heeft interesse in José en verleidt hem. Carmen wordt betrapt op het verminken van één van haar collega’s. Don José krijgt als taak om Carmen in de gevangenis te stoppen. Carmen gebruikt haar verleidingskunsten en beloofdt aan José al haar liefde, José laat haar ontsnappen. Daardoor moet José twee maand in de cel.

De stierenvechter Escamillo is volledig onder de indruk van Carmen, maar zij wijst hem af. Ze wordt meegevraagd om te gaan smokkelen maar vertrekt niet zolang José er niet is. José wordt al snel weer opgeroepen om te gaan werken, Carmen trekt zijn liefde in twijfel en zet er een punt achter.

Carmen is de jaloerse houding van José moe. Carmen leest ondertussen steeds in haar kaarten dat haar dood dichterbij komt. Terwijl José de wacht houdt komt Escamillo aan en maakt avance naar Carmen toe. José gaat uit jaloezie een gevecht aan met Escamillo, Carmen komt net op tijd voor dat José Escamillo wil verslaan. José moet naar huis want zijn moeder ligt op sterven, hij zegt tegen Carmen dat hij haar ooit terug zal zien.

Na een stierengevecht komen Escamillo en Carmen samen uit de arena gelopen. Carmen loopt José tegen de voet, waarop hij zijn liefde voor haar verklaart. Carmen weigert, José blijft smeken en dreigt haar te vermoorden als ze niet mee wil gaan. Carmen weigert opnieuw, José wordt woedend en vermoordt haar.

De opera, opgedeeld in vier bedrijven is neergeschreven in een partituur, het libretto (verhaal) is geschreven door Henri Meilhac en Ludovic Halévy die op hun beurt zich baseerde op een verhaal van Prosper Mérimée. In de opera gebruiken ze telkens opnieuw een korte beweging van andante moderato, die in verband wordt gelegd met Carmen. Carmen wordt onthaald door een koor van tenoren. Enkele personages waaronder Micaela krijgen een eigen melodie.

In de beginscene wordt een sterk ritme gebruikt. Een opera zou geen opera zijn als er niet in werd gezongen, zo zingen de jongens achter de muzikanten op het toppunt van hun stem. Dit wordt eerst in mineur gezongen en dan in majeur, zo bekomt er een overweldigend klankbeeld. Er wordt steeds een opvallende melodie en een grof staccato van het ritme gebruikt bij Carmen. De opera bestaat uit recitatieven. De twee hoofdpersonages zijn echt door wat ze zingen en worden gekarakteriseerd door hun muziek; de hysterische ondertoon in José’s hoge tessitura tegenover Carmens lage, sensuele stemgeluid. (Lazarus & Metdepenningen, 2000)

Opdracht deel 2: analyse

Escapisme en kunst

Volgens de encyclo.nl betekend escapisme; Neiging tot vlucht uit werkelijkheid, vluchtgedrag. Maar wat betekent dat nu in de kunst? Escapisme kwam voor tijdens de romantiek (19de eeuw), de kunstenaar wou vluchten van de realiteit en uitte dit in zijn kunstwerken. De romantiek was een reactie op de verlichting, waar het denken centraal stond. De kunstenaars van de romantiek verkozen het voelen boven het denken. Het gevoel voor verbeelding is daarbij een kenmerk van de romantiek. In de muziek worden in de orkesten veel instrumenten gebruikt. De onderwerpen zijn dramatisch en er wordt aandacht besteed aan de emoties. Er wordt aandacht besteed hoe mensen de muziek voelen. Thema’s zoals de verheerlijking van liefde, enthousiasme voor natuur, de dood, pijn en verdriet komen reeds aanbod.

Escapisme en Carmen

De opera ‘Carmen’ van Georges Bizet wordt gesitueerd in de romantiek. Bizet was dus een romantische kunstenaar die weleens waar vluchtte in zijn werk. Hoe deed hij dat en waarom is dit een vorm van escapisme?

Het is een dramatisch liefdesverhaal waarin liefde jaloezie wordt. Deze opera is een vorm van escapisme door dat Bizet de nadruk legt op exotisme. Exotisme betekend ‘zucht voor het buitenlandse’ (encyclo.nl, 2017). De opera van Bizet situeert zich in Sevilla, een dropje in Spanje. Bizet is een Fransman maar maakten zijn opera Spaans. Dat is zijn vlucht, weg van Parijs. Hij gebruikt drie originele Spaanse melodieën, onder andere ‘L’amour est un oiseau rebelle’ voor Carmen. De ander Spaanse melodieën verzon hij zelf. We zien het Spaanse sterk terug komen bij Carmen. Zij is een zigeuner die leeft in het moment. Haar karakter wordt extra in de verf gezet door de muziek.

Gevoel is één van de belangrijkste kenmerken van de romantiek. Dit kan dus ook een manier zijn waarin Bizet toonde dat hij wou vluchten. Hij laat dit passioneel en dramatisch stuk volledig de leiding nemen. Dat liefde kan veranderen in jaloezie kan nog realistisch zijn, maar het feit dan Don José verkiest zijn geliefde te vermoorden opdat zij alleen van hem kan zijn, is louter om dit stuk een dramatisch einde te geven. Je zou kunnen zeggen dat Bizet na zijn vele ‘mislukte’ pogingen tot het maken van een goede opera, vlucht door zijn emoties te uiten in dit stuk. Het dramatisch effect versterkt hij extra door elk personage een eigen melodie te geven.

Het is wel duidelijk dat Bizet koos om zich te focussen op het dramatische van de opera. Hoe hij het gevoel van de karakters kon laten uitblinken door de juiste muziek te gebruiken.

In het handboek cultuurgeschiedenis van Karel Vanhaesebrouck (2011) wordt besproken dat romantiek nog steeds een alledaagse ervaring is. We zijn opzoek naar de ware, iemand waar we ons volledig voor kunnen geven en ons zelf kunnen zijn. Dit is typisch romantisch. Onze liefde is terug te vinden in de meeste popliedjes. In deze tijd wordt er dus ook nog steeds gevlucht in muziek. Dit is een vorm van escapisme en je kan ze vergelijke met die van Bizet. Hij vlucht in zijn muziek, hij uit zijn emoties in de melodieën en verschillende ritmes.

Er kan dus besloten worden dat Bizet niet enkel één van de bekendste opera’s ter wereld heeft geschreven maar dat hij een ware romanticus is. Hij vlucht weg van de realiteit en verwerkt zijn emoties in de dramatische melodieën van de muziek. Hij vlucht naar Spanje waar hij Carmen situeert.  Een vrouw die weet wat ze wilt en kiest wat ze doet. En dan heb je Don José die opzoek is naar de ware.

Bibliografie

KnipselKnipsel2

Tussen Droom en Daad

In dit Big Idea wordt het onderwerp ‘Tussen Droom en Daad’ besproken. In het eerste deel van de opdracht wordt er een korte beschrijving gegeven aan de hand van de DNA-aspecten; personage, dynamiek, klank, lijn en tijd. In deze case wordt de opera Tannhäuser van Wagner (1813 – 1883) behandeld.

Richard Wagner was een Duitse operacomponist en een sleutelfiguur in de 19de eeuw. Hij was de schepper van het muziekdrama en had een belangrijke invloed op het negentiende -eeuwse denken. Niet alleen over muziek maar ook over literatuur, drama, filosofie en zelfs politieke en morele kwesties. Zijn opera Tannhäuser (Dresden, 1845) is een aanpassing van de inhoud van een Duits romantisch libretto aan het formele kader van de grand opera. Dit libretto schreef hij zelf. Hierin combineerde hij de legende van de minnezanger Tannhäuser met de legendarische zangwedstrijd op de Wartburg. (Palisca, 2013)

Tannhäuser is het verhaal van een ridder die zich nooit aan de regels houdt en zelfs niet meer vergeven kan worden door de paus van Rome. Hij besluit de ridderorde van de Wartburg te verlaten voor een verblijf in de liefdesgrot van Venus. Een godenwereld waar enkel lust en genot bestaat. In de sociale omgeving waar het verhaal zich afspeelt, wordt de geestelijke liefde verheerlijkt omdat men niet goed weet om te gaan met seksualiteit en erotiek. Na 7 jaar heeft Tannhäuser echter genoeg van deze wereld van lust en genot. Hij wil meer, hij mist de natuur en de beperkingen van een echt mens, en nog meer, hij mist de dood. Hij mist het echte en kwetsbare van de mens. Na zijn terugkomst in de mensenwereld komt hij Elisabeth tegen, de vrouw waar hij verliefd op was maar die hij verlaten heeft voor de fysieke liefde van Venus. De opera is het verhaal over een klassieke strijd: die tussen het hoofd en hart.  (Space, 2007)

Tannhäuser, de protagonist in het verhaal, was een minnezanger die aan het hof van de landgraaf Thüringen leefde. Dit leven was hij beu en hij vertrok, zonder dat iemand wist waarheen. Hij ging naar de venusgrot en daar kreeg hij de liefde van Venus. Na zeven jaar keert hij terug omdat hij het echte en kwetsbare van de mens mist. Elisabeth, de nicht van de landgraaf, juicht dit toe want zij miste hem enorm. Zij heeft alleen maar oog voor Tannhäuser en ziet andere mannen niet staan. Ze redt hem wanneer Tannhäuser uitgedaagd wordt tijdens een zangwedstrijd door Wolfram en Walther. Wolfram, de rivaal van Tannhäuser is verliefd op Elisabeth. Zij ziet hem echter niet staan. Hij brengt haar in contact met Tannhäuser om zo Elisabeth voor hem te winnen. Maar helaas, zij ziet in hem niet meer dan een goede vriend.  (Franken, 2015)

Wagner stond bekend voor zijn doorgecomponeerde opera. Dit is een opera uit één geheel. Ook bij deze opera was dit het geval. Voor elk personage, emotie, idee, … werd er een motief geschreven. Het wordt het Leitmotiv genoemd. Dit is een melodie die bij een bepaald personage in het verhaal hoort; als die persoon op de scène komt, hoor je het typische deuntje voor die persoon. Dit motief komt vaak voor in de opera en kan zowel in de zang als bij de instrumenten terugkeren als hoofdmelodie.

Dynamiek is het middel om expressie te verkrijgen, en dit laatste was net zeer belangrijk voor Wagner. In de opera wordt er vooral gebruik gemaakt van overgangsdynamiek. De klank evolueert van de ene dynamische schakering naar de andere. Vaak beginnen de violen op een zachte, hoge, vrij trage melodie te spelen waarbij dan de zang komt. Als de violen en het orkest sneller begint te spelen, wordt ook de zang luider en speelt het orkest luider. Dit zorgt voor de spanning in de opera en zorgt er ook voor dat er grote dynamische contrasten zijn. Deze dynamische contrasten worden gemaakt door het enorme orkest waar Wagner gebruik van maakte. Hij wou een groot orkest, groter dan voordien. Hij wou dat het publiek elke noot, elke beweging voelde en beleefde. In dit enorme orkest speelden vooral de koperblazers een grote rol.

Er wordt zowel van een polyfone of horizontale als van een homofone of verticale meerstemmigheid gesproken. In het orkest heeft ieder zijn eigen stem heeft en heeft de stem ook een zelfstandige stem, dit is de polyfonie. Met momenten heeft de hoogste stem de hoofdmelodie en volgen de andere stemmen deze stem qua ritme, dit is de homofonie. Hierdoor klinkt de muziek van Wagner zeer complex. Samen klinkt het als één geheel maar toch speelt elk lid van het orkest een andere stukje van het geheel. In de muziek komen de emoties hevig naar voor en alsook de harmoniën en klankkleuren die rijker zijn.

Er wordt besloten dat Wagner zijn muziek een vernieuwing was op verschillende vlakken. De grootte van zijn orkest was zeker opmerkzaam alsook de complexiteit van zijn muziek. De muziek van Wagner heeft een indruk achtergelaten die zelfs nu nog merkzaam is.

DEEL 2

Het tweede deel van de opdracht onderzoekt het kunstwerk naar het big idea ‘Tussen Droom en Daad.’ Eerst wordt kort uitgelegd wat hiermee bedoeld wordt en wordt het begrip ‘escapisme’ nader toegelicht. Er wordt onderzocht of de opera Tannhäuser, een voorbeeld genoemd kan worden van escapisme. De redenen die aangehaald kunnen worden als verklaring voor dit escapisme, zullen ook vernoemd worden. Nadien wordt besproken wat mijn mening is over deze vorm van escapisme.

‘Tussen Droom en Daad’ is een zin uit een gedicht van Willem Elsschot. Hiermee wordt bedoeld dat het evenwicht tussen dromen en werkelijkheid niet altijd in verhouding staat en dat niet iedereen even realistisch in het leven staat. Het escapisme is hiervan een mooi voorbeeld. Escapisme is het vluchten uit de werkelijkheid naar een onrealistische wereld. De zorgen van het alledaagse leven even vergeten en dromen over een betere wereld.

Dit escapisme kan worden teruggevonden bij Wagner. Zijn hele leven had hij financiële en politieke moeilijkheden waarvoor hij steeds op de vlucht sloeg. Dit gaf hem echter wel inspiratie om te componeren. Zijn opera ‘Der fliegende Hollander’ was hier een duidelijk voorbeeld van. De zucht naar verlossing, schuld en de kracht van de liefde over de dood heen. Al deze aspecten komen aan bod in deze opera en zijn dus een weerspiegeling van deze vlucht.

Wagner stond bekend om zijn enorm grote orkesten. Deze gaven vaak een onrealistisch beeld omdat zo’n groot orkest niet altijd uitvoerbaar is. Hij wou dat het publiek echt in het verhaal opging. Elke emotie, elke gedachte moest het publiek voelen en beleven en door het grote orkest wou hij dit extra benadrukken. Het publiek laten vluchten in de muziek en de wereld van Tannhäuser als het ware.

Componisten of andere kunstenaars, in de romantiek vluchten ook vaak in een onrealitische wereld. Wagner plaatsen we in de romantiek waardoor we hem dus ook kunnen linken aan het escapisme. In de romantiek verheerlijkt men alles zodat de wereld er beter uitziet dan dat deze eigenlijk is. Ook wordt er vaak teruggekeken naar het verleden en dus gevlucht uit de realiteit.

Iets wat terugkeert bij de opera Tannhäuser, is de link met liefde en vriendschap. Tannhäuser vlucht naar een plaats waar hij verliefd wordt, maar keert weer terug naar waar nog een andere liefde hem opwacht. De vlucht tussen waan (Venus) en realiteit (Elisabeth). Volgens de romanticus, was vriendschap de belangrijkste vorm van loyaliteit die een mens kende. Zo dus ook duidelijk te merken bij Tannhäuser wanneer hij uiteindelijk terugkeert naar Elisabeth.

In het escapisme gaat het over het ontsnappen uit de dagelijkse sleur en verplichtingen. Wegvluchten van de druk, wegvluchten van de prestatiemaatschappij waar iedereen constant zijn/haar daden moet verantwoorden om maar goed over te komen bij anderen. In het escapisme wil je gewoon ontsnappen aan die druk, even alles vergeten. De vraag of dit kunstwerk een vorm van escapisme is, is voor mij dus ook vrij duidelijk. Ja, wegvluchten is niet altijd de beste optie maar soms wel de eenvoudigste. Ook voor Wagner en Tannhäuser was dit de makkelijkste keuze op dat moment. De druk ontlopen en even vluchten van de realiteit. Wagner vluchtte in de muziek van zijn trieste leven, Tannhäuser in de liefde. Iedereen heeft zijn eigen manier van vluchten. Op je eigen manier de druk van de huidige maatschappij even ontvluchten en even alleen aan jezelf en het nu denken.

Bibliografie

Franken, P. (2015, September 17). Opera magazine. Opgeroepen op Mei 9, 2017, van Opera magazine: http://www.operamagazine.nl

Palisca, D. J. (2013). Geschiedenis van de westerse muziek. In D. J. Palisca, Geschiedenis van de westerse muziek (14de druk ed.). Olympus.

Space, W. i. (2007, Februari 11). WordPress. Opgeroepen op Mei 9, 2017, van WordPress: https://wouterinspace.wordpress.com/2007/02/11/tannhauser/