Tussen droom en daad – beschrijving

Michel Fokine – Sjeherazade

Michel Fokine was een van de grootste culturele figuren van de twintigste eeuw. Als radicale choreograaf van de Ballets Russes bracht hij revolutionaire verandering in de danswereld. Hij bedacht enkele van de meest bekende dansstukken in de geschiedenis. Michel Fokine, de vader van het moderne ballet.

Michel Fokine: leven en werk

Michel Fokine, een Rus geboren in 1880 te Sint-Peterburg, wordt ook wel de vader van het moderne ballet genoemd. Zijn dansstudies ving hij aan in de Keizerlijke Theater School, te Sint-Petersburg. In 1898 ging hij naar het Mariinskitheater, waar hij vaak samenwerkte met de talentvolle Anna Pavlova.

De choreografe Isadora Duncan veranderde in 1904 Fokines visie over dansen drastisch. Later schrijft Fokine dat de eenvoud in Duncans opvoeringen de overdaad van het klassieke ballet overstijgt. Deze eerste opvoeringen van Duncan zorgden ervoor dat Fokine ook begon te choreograferen, hij schaafde het klassieke ballet bij en liet stijve regels vallen.

Met Pavlova als muze choreografeerde hij Les Sylphides en De Stervende Zwaan. In 1909 werkte hij samen met Serge Diaghilev, van waaruit de Ballets Russes ontstonden: zij voerden Fokines “nieuwe” ballet op in het Westen. In de jaren die volgden bedacht Fokine veel choreografieën en introduceerde de man op het danspodium. Hij schiep exotische dansen als Cleopatra, Thamar en Sjeherazade. Ook romantische choreografieën als Carnaval en De Geest van de Roos produceerde hij tijdens deze vruchtbare jaren. (Garafola, 2003)

De vader van het moderne ballet

Fokine wordt niet voor niets de vader van het moderne ballet genoemd. Toen de negentiende-eeuwse choreografen dansstukken opstelden die voornamelijk rond de benen draaiden, zette Fokine het volledige lichaam in tijdens zijn opvoeringen. Fokine leefde in een tijdperk waarin de choreograaf, de decorontwerper, de kleder en de componist elk afzonderlijk werkten aan een dans. Michel Fokine maakte hier verandering in en streefde naar een krachtige samenwerking tussen deze aspecten (Sennett, 2000).

Fokine stelde vijf regels op voor het “nieuwe” ballet:

  1. Geen combinaties maken van reeds bestaande dansstappen, maar steeds een nieuwe bewegingsstijl creëren die afgestemd wordt op het verhaal.
  2. Alle beweging en mimiek moet een expressie zijn van een dramatische actie, niet enkel als zinloos vermaak.
  3. De dansers moeten met het volledige lichaam dansen, handgebaren als gebarenspel dienen enkel ingezet te worden als de stijl van het ballet dat vereist.
  4. Groepsdansen mogen niet enkel decoratief ingezet worden, maar zijn even expressief als de solodansen. Alle dansen dragen bij tot het verhaal.
  5. Alle kunsttalen zijn even belangrijk, de dans in het nieuwe ballet is niet meer onderhevig aan de muziek of het toneelontwerp. Nieuw ballet eist geen “balletmuziek” meer, maar aanvaardt alle soorten muziek die goed en expressief zijn. Ook de kostumering krijgt de vrijheid om de korte rokjes en roze slippers aan de kant te schuiven.

(Fokine Estate Archive)

De Sjeherazade

In 1910 werd Fokines Sjeherazade voor het eerst opgevoerd door de Ballets Russes in de opera van Parijs. Fokines Sjeherazade is de proloog op het alom bekende verhaal Duidend-en-één-nacht waarin Sjeherazade het hoofdpersonage speelt. De opvoering vertelt het verraad aan de Shahriyar, de Perzische sultan, door zijn eigen concubines en slaven. Zoals alle sultans heeft ook de Shahriyar een harem, waarin Zobeïde zijn lieveling is. De broer van de sultan beweert echter dat Zobeïde ontrouw is en verzint een plan om haar te ontmaskeren: ze doen alsof ze op stap gaan, maar zullen vroeger dan verwacht terugkeren. Zo gezegd, zo gedaan, de sultan vertrekt op stap met zijn gevolg, zijn harem achterlatende. Zodra de sultan weg is, kopen de concubines de eunuch om en bevrijden zo de mannelijke slaven. Hierop volgt een orgie, waarbij Zobeïde kiest voor de Gouden Slaaf. Aan dit seksuele sprookje komt een einde wanneer de sultan vervroegd thuiskomt. In razernij laat hij iedereen ombrengen, behalve Zobeïde. Zij smeekt om vergiffenis, maar kent uiteindelijk geen andere uitweg dan een eigen dolk in haar hart te planten (Inspired Diversions, 2010).

De aspecten van de dans

Het verhaal speelt zich af in het Oude Perzië, wat zeer visueel wordt benadrukt door het decor en de kostumering. Warme kleuren, enorme doeken en veel, heel veel kralen versieren het podium en de dansers. De belichting is simpel: een algemeen licht heerst, zodat je het podium goed kan zien en de belangrijkste personages worden gevolgd door een spotlight.

Zoals eerder vermeld, brak Fokine met het strakke negentiende-eeuwse ballet door het volledige lichaam in te zetten. De bewegingen van de dansers situeren zich voornamelijk op de middenlaag, waarbij armbewegingen zeer belangrijk zijn. Tijdens het orgie echter, bevindt de choreografie zich voornamelijk ter hoogte van de diepe laag. Elk personage heeft een eigen dynamiek en tempo. Zo bewegen de concubines zeer frivool en sierlijk, en maken ze mooie danspatronen, zij dansen met een lager spanningsniveau in hun bewegingen. De sultan daarentegen maakt zeer strakke en krachtige bewegingen die zijn macht weerspiegelen, zijn bewegingen hebben een hoger spanningsniveau. Zobeïde maakt rustige en elegante bewegingen, die tijdens de seksscène onbedwingbaarder en vooral meer begeesterd worden. Zobeïdes bewegingen wisselen tussen een laag en een hoog spanningsniveau af naar gelang het verhaal. De choreografie is in het algemeen zeer expressief met veel korte en snelle passen.

De muziek werd niet speciaal voor de opvoering geschreven, er werden delen gekozen uit Sjeherazade (1888) van Nikolaj Rimski-Korsakov. De bewegingen zijn dus afhankelijk van de muziek en zo ook de personages: elk personage heeft een eigen klank/melodie. Net als de danspassen heeft de muziek een snel tempo dat het gevaar in het verhaal vertelt.


Bibliografie

Fokine Estate Archive. (sd). Fokine’s Revolution. Opgeroepen op mei 17, 2017, van Michel Fokine – Fokine Estate Archive: http://www.michelfokine.com/id63.html

Garafola, L. (2003, oktober). By challenging Russian tradition, this modernist choreographer wrestled ballet into the twentieth century. Opgeroepen op april 21, 2017, van Rediscovering Michel Fokine: http://eds.b.ebscohost.com/eds/detail/detail?sid=275a2b63-238f-4a14-a12d-99ad1f6776e1%40sessionmgr102&vid=0&hid=126&bdata=JnNpdGU9ZWRzLWxpdmU%3d#AN=10876246&db=a9h

Inspired Diversions. (2010, augustus 13). Synopsis: Scheherazade ballet. Opgeroepen op mei 3, 2017, van Inspired Diversions: https://www.inspireddiversions.com/article.php?id_art=128

Mariinskitheater. (2011, oktober 22). Sherezade (Kirov) – Svetlana Zakharova – Farukh Ruzimatov (2002).avi. Opgeroepen op mei 3, 2017, van YouTube: https://www.youtube.com/watch?v=CpE_pCHVBR4

Sennett, R. (2000, september 18). Fokine marvellous. Opgeroepen op april 21, 2017, van The Russian choreographer Michel Fokine revolutionised the art of dancing, and then he was eclipsed by Nijinsky. Richard Sennett tells his glorious and sad story: http://eds.b.ebscohost.com/eds/detail/detail?sid=5b80a51c-16d4-41a4-9d95-f1efb5950b59%40sessionmgr101&vid=0&hid=126&bdata=JnNpdGU9ZWRzLWxpdmU%3d#AN=3590400&db=a9h

Advertenties

Standing on the shoulders of giants

canova
(Canova, 1793)

Antonio Canova – Cupido en Psyche

BESCHRIJVING

Cupido landt op een rots waar een meisje bewusteloos ligt. Dat meisje heet Psyche. Psyche had een opdracht gekregen van Venus, godin van de schoonheid: ze moest een flacon – zonder het te openen – uit de onderwereld terugbrengen. Tijdens haar missie maakte de nieuwsgierigheid zich echter meester van Psyche. Ze opende het flesje en snoof de vrijgekomen dampen in waardoor ze in een diepe slaap viel. Toen Cupido dit zag, vloog hij gezwind naar haar en prikte haar zacht met zijn boog om zeker te zijn dat ze niet dood was. Daarop hield Cupido Psyche liefkozend in zijn armen en bracht zijn gezicht dicht bij het hare. Psyche liet zich omhelzen en nam haar geliefdes hoofd smachtend tussen haar handen. Dit moment van pure liefde is vereeuwigd door Antonio Canova.

De Italiaanse beeldhouwer Antonio Canova (1757-1822) voltooide zijn Cupido en Psyche in 1793. Hij bevrijdde zijn beelden in de ruimte: ze werden niet langer aan een muur gekluisterd, maar ze stonden alleen en op zichzelf. (Honour & Fleming, 2007) De twee hoofdfiguren, Cupido en Psyche, zijn gebeeldhouwd uit marmer. Deze kalksteen wordt vaak gebruikt bij representaties van menselijke lichamen vanwege de zachtheid ervan die een levensechte vleselijke uitstraling heeft.

canova-zijkant
(Canova, 1793) zijaanzicht

Bij Cupido en Psyche zien we de naakte lichamen van twee geliefden, Cupido is volledig naakt en steunt met zijn linkerknie op de rots waarop ze zich beiden bevinden. Zij ligt neer met een doek gedrapeerd over haar intieme delen en haar armen opgetild naar hem. De figuren vormen samen een duidelijke piramidale compositie waarbij deze driehoek vanuit verschillende standpunten aanwezig blijft in het werk. (zie foto zijaanzicht) Het beeldhouwwerk is bijgevolg zeer dynamisch vanuit alle opzichten. De poses van de lichamen passen zeer mooi in elkaar en maken samen een (lichte) draaibeweging om elkaar. Als een spiraal draaien de lichamen om elkaar heen. Deze draaibeweging is opwaarts diagonaal en symboliseert de redding van Psyche door Cupido. Hun gezichten bevinden zich zeer dicht bij elkaar, wat de spanning tot de volledige omhelzing des te intenser maakt.

Psyche neemt als het ware een liggende contraposthouding aan. Bij deze houding ontstaat er een s-vorm die beweging suggereert. In een rechtstaande contrapost draagt het rechterbeen het volle gewicht waardoor het strakker en rechter staat, net als Psyches been hier. Het linkerbeen staat met gevolg dus vrijer en meer naar voren en de linkerschouder staat ook hoger. Deze kenmerken vinden we ook terug in Psyches (liggende) pose.

Hun armen haken in elkaar als een ketting die symbolisch niet te doorbreken is. Hun lichaamshoudingen belichamen de liefde en de passie die ze voor elkaar voelen. De twee lichamen gaan in elkaar op en hebben geen oog voor de omgeving. Ze belichamen de liefde die ze voor elkaar voelen zo sterk dat ze één worden. Dit werk straalt de hunkerende liefde naar elkaar uit, maar ook de zachte tederheid druipt eraf.

 

ANALYSE

De Italiaan Antonio Canova wordt bejubeld omwille van de tederheid in zijn beeldhouwwerken. Vloeiende lijnen en sierlijke vormen kenmerken zijn stijl. In zijn Cupido en Psyche zie je dan ook niks anders. Liefde is te vinden in het verhaal, in hoofdfiguren en in de vormen. Vanwaar haalde Canova zijn inspiratie? Wie was groots genoeg om zijn voorbeeld te zijn?

faun-und-bacchante
(Morghen, 1757) Dit is een gravure van de muurschildering in Herculaneum.

Voor het werk Cupido en Psyche (1793) inspireerde Canova zich op een legende van de Latijnse schrijver Apuleius. Kort verteld redt Cupido Psyche met zijn onvoorwaardelijke liefde en smacht. Na de goede afloop van het verhaal verlenen de goden Psyche en Cupido de toestemming om te trouwen, Psyche krijgt haar onsterfelijkheid en wordt de godin van de Ziel. (Musée du Louvre) Voor de compositie zou Canova zich gebaseerd hebben op een muurschildering in Herculaneum, een stadje dat hij bezocht tijdens zijn verblijf in Napels in 1787. We zien sterke gelijkenissen tussen de schildering en het beeld: de knielende houding van Cupido en Psyche die vanuit een liggende houding haar armen naar hem opsteekt. Canova maakte verschillende voorstudies uit klei om de richtingen en ineen schakeling van de armen juist te krijgen. (Musée du Louvre)

 

Dit werk is een mooi voorbeeld van het neoclassicistische idee van perfectie. De houdingen, de compositie, het onderwerp, de afwerking; alles werd uitermate bewonderd door medekunstenaars en tijdgenoten. (Phaidon Press Inc., 2012) Neoclassicistische kunstenaars zouden zichzelf zien als de vormgevers van normen en gedrag. (Little, 2006) Zij bliezen de Griekse en Romeinse stijlen weer leven in en staken hen in een modern en deugdzaam jasje. Ernst en strengheid waren sleutelwoorden voor deze kunststroming. Klassieke waarden in een nieuwe maatschappij stonden centraal. Canova beantwoordde deze kenmerken op een gracieuze, pure manier. Waar de Grieken en Romeinen streefden naar het anatomische ideaal, daar streefde Canova naar de natuurgetrouwe levensechtheid.

Antonio Canova (1757-1822) werd gezien als dé voortzetter van de oude Griekse en Romeinse kunst. Zijn passie voor het menselijk lichaam uitte hij eerst in de schilderkunst, als tiener kreeg hij al zijn eerste beeldhouwopdracht. Op twintigjarige leeftijd werd hij reeds geprezen omwille van zijn voortreffelijke technische vaardigheden. In 1780 verhuisde hij naar Rome, waar hij in contact kwam met internationale kunstenaars. Zijn internationale contacten gaven hem nieuwe inzichten en een nieuwe stijl van beeldhouwen. Voor paus Clemens XIV maakte hij een monument dat hem internationaal op de kaart zette. De opdrachten stroomden sindsdien binnen. (Honour & Fleming, 2007)

Zoals Canova opkeek naar de Griekse en Romeinse kunstenaars, zo keken er nog meer kunstenaars naar hem op. Vele artiesten als John Deare, Jean-Pierre Saint-Ours, Gaspare Landi en Auguste Rodin haalden inspiratie uit Canova’s werk. (Musée du Louvre) Onder andere zijn Cupido en Psyche werd meermaals gekopieerd in verscheidene kunsttalen.

Antonio Canova haalde – net als de oude Grieken en Romeinen – zijn inspiratie uit de Griekse mythologieën. Net als zijn grote voorbeelden streefde hij dus ook naar perfectie van de anatomie van de mens, maar daarbij oversteeg hij hen: zijn dynamische beelden lijken uit echt vlees te bestaan. Canova zorgde voor de heropleving van de puurheid die de Grieken wilden nastreven. Hoewel zijn onderwerpen al eeuwen oud waren, was zijn werk toch vernieuwend en zette het een nieuwe stroming in gang.


Bibliografie

Honour, H., & Fleming, J. (2007). Algemene kunstgeschiedenis. In H. Honour, & J. Fleming, Algemene kunstgeschiedenis (p. 637). Amsterdam: Meulenhoff.

infonu.nl. (2016). Kunstgeschiedenis: de Oude Grieken. Opgehaald van Kunst en Cultuur: http://kunst-en-cultuur.infonu.nl/geschiedenis/150986-kunstgeschiedenis-de-oude-grieken.html

Little, S. (2006). KUNST begrijpen. In S. Little, KUNST begrijpen (C. Gremmen, Vert., pp. 66-67). Kerkdriel: Librero.

Morghen, R. (1757). A Faun and a Bacchante, after “Pitture Antiche d’Ercolano”. Engraving after Pitture Antiche d’Ercolano. Bibliothèque Nationale de France, Parijs.

Musée du Louvre. (sd). A closer look at Psyche Revived by Cupid’s Kiss. Opgehaald van Musée Louvre: http://musee.louvre.fr/oal/psyche/psyche_acc_en.html

Phaidon Press Inc. (2012). THE ART BOOK. In P. P. Inc., THE ART BOOK (p. 95). Londen: Phaidon.

Battle of the sexes: beschrijving

ingre-s-violin-1924
(Ray, 1924)

Man Ray – Le violon d’Ingres

Een onbedekte kont, een naakte rug, twee klankgaten en een hoofddoek staan centraal op wat een van Man Rays bekendste werken genoemd kan worden. We zien Alice Prin – ook wel als Kiki de Montparnasse gekend – schitteren als een voluptueus, menselijk strijkinstrument. Le violon d’Ingres: een getuigenis over de relatie tussen Man Ray, dadaïst en surrealist in hart en nieren, en Kiki de Montparnasse, model en minnares van verscheidene kunstenaars.

Parijs, 1924. Man Ray verhuisde drie jaar eerder van New York naar Parijs. In Amerika probeerde hij – samen met Marcel Duchamp – een Dadabeweging te introduceren. Na vergeefse pogingen verhuisde Man Ray dan naar Parijs waar hij ging wonen en werken in de wijk Montparnasse. Daar werd hij verliefd op de Franse zangeres Alice Prin, ook wel Kiki van Montparnasse genoemd, die hij later meermaals het onderwerp van zijn foto’s liet zijn. Reeds op veertienjarige leeftijd poseerde Kiki voor het eerst voor een beeldhouwer en sindsdien werd ze een icoon en muze in de (Franse) kunstwereld. Ze stond model voor verschillende grote kunstenaars zoals Chaim Soutine en Amadeo Modigliani (Colpaert, 2013). Kiki poseerde talloze keren voor Man Ray, maar dé foto die haar in de kunstgeschiedenis plaatste was Le violon d’Ingres.

800px-jean-auguste-dominique_ingres_-_la_baigneuse_valpinc3a7on
(Ingres, 1808)

Jean-Auguste-Dominique Ingres staat bekend om zijn wulps en voluptueus geschilderd vrouwelijk naakt en was een groot voorbeeld voor Man Ray. Rays Violon d’ingres verwijst niet alleen naar de schilder zelf, maar is een variant op Ingres’ La Grande Baigneuse (1808) (Colpaert, 2013). Op het doek uit de negentiende eeuw zit een wulpse dame naakt op de rand van wat een bad zou zijn, met enkel een doek op haar hoofd waarin haar haren verwikkeld zitten. Ze lijkt te wachten, maar waarop kunnen we niet zien. Zo liet ook Man Ray Kiki poseren: ontblote rug en kont naar de camera toe, haren onder een hoofddoek en blik naar links gericht zodat we haar gezicht gedeeltelijk kunnen waarnemen.

Kiki bevindt zich in het midden van de foto. Haar bleke huid contrasteert mooi tegen de donkere achtergrond. Deze effen, donkere achtergrond bersterkt de zuigende werking van de golvende vormen van het lichaam. Op haar rug staan twee f-vormige klankgaten die doen denken aan een viool, wat meteen een duidelijke link legt met de titel van het werk. De twee klankgaten schilderde Man Ray zelf op de eerste afdruk, fotografeerde vervolgens de beschilderde foto en zo ontstond dit iconisch beeld (Colpaert, 2013). Door die klankgaten op Kiki’s rug te schilderen, maakte Man Ray haar tot een object, een muzikaal voorwerp weliswaar, maar steeds een object. Haar armloze lichaam versterkt het idee van het lichaam als muziekinstrument, het neemt de functionaliteit weg. Zij was zijn kunstwerk en hij deed met haar wat hij wou. Haar lichaam werd een muziekinstrument dat bespeeld moest worden.

Een levend, menselijk wezen objectiveren, dat is het spel dat Man Ray speelde met deze foto. Het vrouwelijke lichaam dat als kunstonderwerp en -voorwerp getoond en gezien moet worden. Vrouwen die geobjectiveerd werden tot strijkinstrumenten, alles kon in Dada. Dada is alles, Dada is niets. Duidt deze slogan dan dat we de objectivering niet als wandaad op de vrouwelijk emancipatie moeten nemen? Wie zal het zeggen.


Bibliografie

Colpaert, G. (2013). Het boek der ontwenning. In G. Colpaert, Het boek der ontwenning. Borgerhout: Van Halewyck.

Ingres, J.-A.-D. (1808). La Baigneuse Valpinçon. La Baigneuse Valpinçon. Musée du Louvre, Parijs.

Leonelli, L. (2011). Man Ray. Grote fotografen, 2.

Little, S. (2006). KUNST begrijpen. In S. Little, KUNST begrijpen (C. Gremmen, Vert., pp. 110-111). Kerkdriel: Librero.

Man Ray Trust. (2006). Biography. Opgeroepen op november 18, 2016, van Man Ray: http://www.manraytrust.com/

Ray, M. (1924). Le Violon d’Ingres. Kiki, Violon d’Ingres. Museum Ludwig, Keulen.

Roularta Books. (2011). Kunst: meer dan 2500 werken van de prehistorie tot nu. In Roularta, Kunst: meer dan 2500 werken van de prehistorie tot nu (pp. 466-468). Amsterdam: Fontaine Uitgevers.

The J. Paul Getty Trust. (sd). Le Violon d’Ingres (Ingres’s Violin). Opgeroepen op november 18, 2016, van The J. Paul Getty Museum: http://www.getty.edu/art/collection/objects/54733/man-ray-le-violon-d’ingres-ingres’s-violin-american-1924/

Visser, A. d. (2012). VICEVERSA geschiedenis van de westerse kunst en architectuur. In A. d. Visser, VICEVERSA geschiedenis van de westerse kunst en architectuur (p. 503). ‘s-Hertogenbosch: Pels & Kemper.

WikiArt. (sd). Ingre’s violin. Opgeroepen op november 18, 2016, van WikiArt: https://www.wikiart.org/en/man-ray/ingre-s-violin-1924

Wikimedia Foundation, Inc. (2016, juni 17). Man Ray. Opgeroepen op november 18, 2016, van Wikipedia: https://nl.wikipedia.org/wiki/Man_Ray